refr. het huis is mijn woning geworden. Schoorvoetend omgeeft ze mij met muren en steen, verlegen nog legt ze haar arm om mij heen, ze fluistert en denkt met me mee.
eerst lang nog onwennig, onwillig en stuurs, weerbarstig en vol oude trots laat zij mij in zwijgzaamheid achter en dan ontspringt er een bloem uit de rots daar is het huis…
refr.
ooit statig geweest en gestaan in haar tooi een plek in de stad en gekend maar van hoog aan de Rijn tot aan lagere wal geraakt, gekraakt en ontstemd
behoedzaam doch zeker benader ik haar, wel wetend dat zij mij niet mag, doch hunkerend naar nieuwe glorie is zij en ik voel dat eens op een dag het huis mijn woning zal worden…
refr.
van kamer tot kamer gegaan en daardoor ontstond een gestaag déja vu ik woon in haar boezem en al wat ik hoor is de hartslag van vroeger en nu.