Ze schuifelt door de lange gang haar hand houdt strak de leuning vast een eenzame gestalte waarheen ze gaat ze weet het niet en plotseling ziet zij hem aan vlak voor haar in de gang ze strekt haar handen naar hem uit hij komt heel langzaam bij haar staan hij streelt haar door de haren een heldere blik komt in haar ogen ze beseft ineens weer wie ze is ze weet waarom en waar ze is een moment van eindeloosheid haar ogen in de zijne maar waar is hij toch al die tijd geweest ze laat hem los en denkt
weet dat je me nu raakt aan wat van mij nog rest en waar is al de rest ik ben het kwijtgeraakt in het duister van de tijd kom jij me tegemoet ik zie de flarden om je heen die dolen in vergetelheid luister nu mijn liefste voordat ook jij me weer verlaat jij brengt alles wat er is bij wat niet meer bestaat
Ze staat daar in de lange gang haar handen uitgestrekt naar hem hij komt heel langzaam bij haar staan ze schrikt en hoort een vreemde stem: bent u hier al lang we waren u kwijt kom maar rustig met me mee het is zo koud hier in de gang. Ze zit weer in haar kamer in haar ogen vreemd geluk ze knikt en staart maar naar zichzelf naar wat heel is en wat stuk maar wat kan er nog gebeuren ze heeft hem weer gezien de woorden draaien rond in haar haar lippen staan niet stil….