Al laat sluip ik de trap op en open zacht de deur. Ik zie alleen het dekbed, ik ruik alleen je geur. Voorzichtig loop ik om het bed en kijk in je gezicht, de wimpers en de wangen, je neus, je ademt licht.
Refrein: Ik weet, ik kan niet praten, woorden steken in mijn keel, ze verschijnen op mijn netvlies, ze zijn groot, het zijn er veel. Maar jij hebt woorden nodig voor je hart is ingedaald. Vergeefs blijf ik maar hopen dat je ze van mijn netvlies haalt.
Vandaag had ik je niet gezien, zoals zo vaak ook niet gehoord, je kwetsbare liefde met mijn trots de grond weer in geboord. Bij mij was er de boosheid dat jij me niet verstond. Hoe kan je ook begrijpen zo’n zwijgzaam diepe grond.
Refr. Soms zie ik ook het groot geluk, ik weet het valt je toe, al ben je ondanks jouw geduld mijn zwijgzaamheid zo moe, weet ik geen raad met jouw gedoe, weet ik niet wat ik wil. Nu zit ik naast je hier op bed, de tijd staat even stil…..
Refr.…… en morgen, als de zon weer schijnt, heb ik de moed er voor: dan pluk ik al mijn woorden en fluister ze in je oor….