Voor als de wereld heeft gelogen, de dromen zijn geknapt en de koude werkelijkheid je uit het licht ontvoert. Voor als de onschuld is bedrogen, de mooiste bomen zijn gekapt, nog steeds de pijn van ‘t grote afscheid je de keel dicht snoert.
refr:
Wat ontkiemen wil, ontkiemt niet in het licht, maar bij de gratie van het duister. Geen dag, zonder nacht. Het gaat ondergronds, voordat het komt tot volle luister. Het kruipt en gaat ent het ontstaat niet in het volle licht!
Voor als de grauwe dagen komen, het laatste lied verstomt en het mooiste dat je had in de schaduw komt. Als je de onbewolkte lucht slechts in een verre droom nog ziet en je zoekt het open einde, maar dat is er niet.
refr.
Je laat de stralen van de zon voor korte duur in het gezicht, er heerst siësta overal, want in het volle licht daar bederven mooie ogen en de tere huid verbrandt, daar staat alles uit te drogen. Kale rotsen, brandend zand.